De internationale politieorganisatie Interpol komt in de loop van de dag met een verklaring waarin ze de brede beschikbaarheid van end-to-end-encryptie veroordelen. Ze willen dat techgiganten een achteringang leveren waardoor internationale en nationale opsporingsdiensten altijd toegang kunnen krijgen tot versleutelde data. Techactivisten zijn kritisch, en niet zonder reden.

Als voornaamste reden wordt aangevoerd dat end-to-end-encryptie het pedofielen in staat stelt om verboden beeldmateriaal van kindermisbruik te verzamelen en te verspreiden, aldus persbureau Reuters. Afgelopen vrijdag vond er in het Franse Lyon een conferentie van Interpol plaats; deze verklaring is tijdens deze bijeenkomst aangekondigd.

In een concept van de verklaring, ingezien door Reuters, staat dat 'het feit dat online dienstverleners, ontwikkelaars van mobiele apps en fabrikanten van laptops en smartphones in hun producten versleuteling ontwikkelen en uitrollen als ongewenste bijwerking heeft dat seksueel misbruik van kinderen buiten het zicht van de autoriteiten op deze platformen kan plaatsvinden.'

Internationale oproep

De verklaring volgt op een gezamenlijke brief van opsporingsinstanties uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Australië waarin de strijd tegen kindermisbruik eveneens als argument werd aangewend om versleutelde communicatie aan opsporingsinstanties ter beschikking te stellen - uiteraard onder voorbehoud van afdoende juridische grondslag en onderbouwing. In Nederland riep minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid begin deze maand ook op om justitie toegang te geven tot versleutelde chats indien daar aanleiding toe is.

Interpol: 'Techbedrijven moeten in hun producten mechanismen aanbrengen waardoor overheden leesbare en bruikbare data indien daar voldoende onderbouwde juridische redenen voor zijn.'

Niet juridisch bindend, maar de druk wordt wel opgevoerd

De verklaring van Interpol is niet juridisch bindend, maar voert de druk op techbedrijven wel op. De verklaring kan daarnaast bijdragen aan een breder politiek draagvlak voor het ontwikkelen van wetgeving met als doel het aan banden leggen van encryptie. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat nationale overheden zich gesterkt voelen om bij techbedrijven te proberen af te dwingen dat er een achterdeur in hun producten wordt ingebouwd.

Massasurveillance

Wat de kwestie bemoeilijkt, is dat er slechts een handvol landen ter wereld geen lid zijn van de organisatie. Dat zijn bijvoorbeeld microstaten zoals Vaticaanstad en San Marino, maar ook Poly- en Micronesische eilandengroepen als Tuvalu, Vanuatu en Kiribati. Noord-Korea is uiteraard geen lid, net als Turkmenistan; een land dat 'permanente neutraliteit' grondwettelijk heeft vastgelegd en formeel gezien diplomatieke betrekkingen onderhoudt met een groot aantal landen, maar in werkelijkheid een dictatuur is waar men het niet zo nauw neemt met mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting. Zo scoren op het gebied van persvrijheid slechts Noord-Korea en Eritrea slechter dan Turkmenistan.

Maar talloze andere landen met repressieve regimes zijn wel lid van Interpol. Tot de 181 landen die wel lid zijn, horen bijvoorbeeld ook landen zoals Rusland, China en een aantal andere landen die geen specifieke wetgeving hebben die massasurveillance verbiedt. Veel regimes van landen die wel bij Interpol zijn aangesloten, hebben er weinig moeite mee om dissidenten, activisten en etnische, religieuze en/of politieke minderheden te bespioneren. Dat maakt het voorstel een stuk gecompliceerder, want misbruik door landen die het niet nauw nemen met privacy ligt op de loer.

Kritische geluiden

Een woordvoerder van Facebook - aanwezig bij de conferentie - was kritisch: 'Dit voorstel brengt mensen in gevaar die van encryptie afhankelijk zijn voor hun veiligheid, niet alleen voor hackers, maar ook voor repressieve regimes. De online veiligheid van meer dan één miljard mensen wordt hierdoor aangetast.'

Ook techactivisten plaatsen hun vraagtekens bij de oproep van Interpol en wijzen daarbij op voorbeelden waarin 'uitzonderlijke toegang' tot normaliter versleutelde data in het verleden door overheden is misbruikt. Als internationaal opererende techgiganten een achterdeur ter beschikking stellen op basis van geldende wetgeving in één (of enkele) land(en), dan zullen andere landen mogelijk dezelfde privileges verlangen en zullen ook geografische grenzen tussen landen met hun eigen juridische systemen wellicht kunnen vervagen.

Andrew Crocker is advocaat bij de non-profit organisatie Electronic Frontier Foundation. Hij wijst op de gevaren: 'Dat de Verenigde Staten zo gebrand zijn op het verkrijgen van rechtmatige toegang tot een achterdeur dat ze deze toegang zelfs willen delen met autoritaire regimes waar ze normaal gesproken nooit informatie mee zouden delen, is ondenkbaar. Door landen als China en Rusland deze instrumenten in handen te geven, verwaarloost de Amerikaanse overheid de plicht om ons te beschermen.'

Bron: Reuters