Opgelicht?! opgelicht-logo

meer NPO start
Opgelicht?!
  • C. advies

    C. advies

    Het familiebedrijf C. De sky leek de limit. Investeerders legden grof geld in. Tussenpersonen dachten dat hun kostje gekocht was. Hun christelijke achtergrond droeg bij aan het vertrouwen bij geloofsgenoten. Maar niets en niemand ontsprong de dans. Bijna tweehonderd mensen zijn totaal geruïneerd, zelfs met de dood als gevolg.

    Het familiebedrijf werd geleid door de inmiddels 72 jarige oprichter Mees C. Senior. Als hoofd van het gezin zet hij zijn kinderen in de directie. Zijn oudste zoon Mees junior was algemeen directeur. En zijn broer Peter bekleedde de functie van commercieel directeur. Dochter Marianne had op papier de leiding over de overnames. En haar zus Nelleke was directeur externe contacten.

    Het enige directielid zonder familieband is Eelko K. Als twintiger is hij de financieel directeur van het miljoenenbedrijf. Een bedrijf dat zelf financieel advies gaf, portefeuilles overnam van tussenpersonen en verzekeringen verkocht.

    Hoe ging C. Advies te werk?

    Onder leiding van Mees C. Senior koopt zijn familiebedrijf door het hele land klantenbestanden op van verzekeringskantoren.

    De klanten worden direct toegevoegd aan het klantenbestand van C. Van de provisieomzet ontvangt C. in eerste instantie in veel gevallen slechts een kwart. De overige driekwart van de omzet betaalt C. terug aan de verkopende partij.

    C. is pas volledig eigenaar wanneer het bedrag dat het klantenbestand waard is, is afbetaald. De afbetaling gebeurt per maand en kan jaren duren.

    Maar dan blijkt er iets structureel niet in de haak te zijn. De grote verzekeraar ASR, die C. een volmacht gaf om namens ASR op te treden, trekt de volmacht in augustus 2010 in. Alle ASR-klanten die tot op dat moment onder C. vallen, worden in geval van schade verder door ASR behandelt. 

    ASR laat Opgelicht het volgende weten:

    "De volmachtovereenkomst is om dringende redenen opgezegd.

    Redenen voor de opzegging waren dat C. al enige kwartalen geen saldo-afdracht aan ASR verzorgde en tevens de verplichting om de zelf behandelde schaden aan verzekerden of tegenpartijen uit te keren niet na kwam."

    Door dat ASR zijn handen aftrekt van C. verliest het bedrijf daardoor een belangrijke inkomstenbron. C. moet ondertussen wel blijven voldoen aan de financiële verplichtingen die zijn overeengekomen met de tussenpersonen waarvan het klantenbestand gekocht is. Kortom: minder inkomsten maar dezelfde lasten voor C.

    Enkele maanden later heeft C. een conflict met de Autoriteit Financiële Markten. De AFM verzoekt C. de boekhouding van 2010 te overleggen. Dat gebeurt niet of niet volledig. Dan legt de AFM een sanctie op; dat heet last onder dwangsom. Dit gebeurt in 2011.

    Door deze conflicten lopen steeds meer klanten weg. Het wordt voor het bedrijf haast onmogelijk om nieuwe klantenbestanden te kopen. 

    Het bedrijf C. dreigt om te vallen. Om de boel enigszins te redden worden vaste klanten, die nog steeds wel vertrouwen hebben in het bedrijf, benaderd. C. vraagt of zij niet zouden willen investeren in het, volgens C. goedlopende bedrijf. Er worden rendementen voorgespiegeld van 12 procent of meer.

    Dit alles moet buiten het zicht van de AFM blijven. De oplossing is simpel maar ook kwalijk. Mensen worden ervan overtuigd dat ze 50.000 euro of meer moeten investeren. Tot dit bedrag kijkt de AFM mee, daarboven word je gezien als professionele marktpartij en is er dus geen toezicht meer.

    Wat de particuliere investeerders feitelijk voorgeschoteld krijgen is een waardeloos product. C. zegt dat ze van het investeringsgeld nieuwe verzekeringsportefeuilles kopen. Om de risico’s tot nul te reduceren voor de investeerder krijgen ze een onderpand in de vorm van het pandrecht op een portefeuille. Dat wil zeggen dat mocht er iets mis gaan, kan de investeerder altijd zijn geld terugkrijgen door de portefeuille te verkopen aan een derde partij. Feitelijk verkopen ze iets wat nog lang niet hun eigendom is. Op deze manier weet C. ruim 5 miljoen euro binnen te halen. Terwijl de aankoop van klantenbestanden inmiddels een schuldenlast heeft opgeleverd van 40 miljoen euro.

    Het door leugens gedragen reddingsplan is dramatisch mislukt. Sterker, op 19 juli 2011 gaat het bedrijf C. failliet.

    De financiële en emotionele gevolgen zijn gigantisch en voor veel mensen niet te overzien. Sommige moeten hun huis uit, relaties staan onder zware druk en het vertrouwen in de mensheid is voorgoed verdwenen.

    Vlak voor het faillissement richt de familie C. een nieuw bedrijf op, OOA Consulting Group. Maar ook dat bedrijf is inmiddels gestopt en heeft alweer nieuwe slachtoffers gemaakt.

  • Ook interessant